Genesis
hoofdstukken 36:37-43
BasisBijbel
37Toen Samla stierf, werd in zijn plaats Saul koning, uit Rehobot aan de rivier.
38Toen Saul stierf, werd in zijn plaats Baälhanan koning, de zoon van Achbor.
39Toen Baälhanan, de zoon van Achbor, stierf, werd in zijn plaats Hadar koning. Hij woonde in de stad Pahu. Zijn vrouw heette Mehetabeël, de dochter van Matred, die een dochter was van Mezahab.
40En dit zijn de namen van de koningen van Ezau. Hun stammen en de plaatsen waar ze woonden werden naar hen genoemd: Timna, Alva, Jetet,
41Oholibama, Ela, Pinon,
42Kenaz, Teman, Mibzar, Magdiël en Iram.
43Dit waren de koningen van Edom (Edom is Ezau, de voorvader van de Edomieten) met hun woonplaatsen in het land waar ze woonden.