Genesis
hoofdstukken 36:7-13
BasisBijbel
7Want ze hadden te veel vee om bij elkaar te kunnen wonen. Hun kudden waren zó groot, dat er in het land waar ze rondtrokken niet genoeg gras was voor alle dieren.
8Daarom ging Ezau in de bergen van Seïr wonen. Ezau wordt ook Edom genoemd.
9Dit is de familie van Ezau, de voorvader van de Edomieten, die in de bergen van Seïr wonen.
10Dit zijn de zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van zijn vrouw Ada, en Rehuël, de zoon van zijn vrouw Basmat.
11Elifaz kreeg zonen: Teman, Omar, Zefo, Gaëtam en Kenaz.
12Elifaz' bijvrouw heette Timna. Zij kreeg een zoon: Amalek. Dat waren [ dus ] de kleinzonen van Ezau's vrouw Ada.
13Rehuël kreeg zonen: Nahat, Zera, Samma en Mizza. Dat waren dus de kleinzonen van Ezau's vrouw Basmat.