Genesis
hoofdstukken 37:6-12
BasisBijbel
6Want hij vertelde: "Luister eens naar wat ik heb gedroomd!
7We waren in het veld bezig om het graan tot bossen te binden. Toen ging mijn bos graan overeind staan en blééf overeind staan. En die van jullie gingen er omheen staan en bogen voor míjn bos."
8Toen zeiden zijn broers tegen hem: "Wil je soms koning over ons zijn? Wil je soms over ons heersen?" En ze haatten hem nog meer, vanwege die droom en om wat hij had gezegd.
9Hij kreeg later weer een droom, die hij ook aan zijn broers vertelde. Hij zei: "Ik heb nóg een droom gehad. De zon, de maan en elf sterren bogen voor mij."
10Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, zei zijn vader streng tegen hem: "Wat is dat nou voor een droom! Denk je soms dat ik, je moeder en je broers voor je zullen buigen?"
11Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader dacht er nog verder over na.
12Op een keer waren zijn broers naar Sichem vertrokken om daar de schapen te hoeden.