Genesis
hoofdstukken 39:1-7
BasisBijbel
1Jozef was intussen door de Ismaëlieten naar Egypte gebracht. Hij was daar aan de Egyptenaar Potifar verkocht. Potifar werkte aan het hof van de Farao. Hij was het hoofd van de lijfwacht.
2De Heer was met Jozef. Daardoor ging het in alles goed met hem. Hij woonde in het huis van zijn heer, de Egyptenaar.
3Potifar zag dat de Heer met Jozef was. Hij zag dat de Heer ervoor zorgde dat Jozef goed was in alles wat hij deed.
4Daarom mocht Potifar hem graag en was hij goed voor hem. Hij gaf hem de leiding over het hele huis, over alles wat hij bezat.
5Vanaf dat moment was de Heer goed voor iedereen in het huis van de Egyptenaar vanwege Jozef. De Heer was goed voor alles wat Potifar had, in zijn huis en op zijn velden.
6Potifar liet alles wat hij had helemaal aan Jozef over. Hij hoefde zich zelf nergens meer mee te bemoeien, alleen nog maar met wat hij at. Jozef zag er goed uit en was knap om te zien.
7Dat vond de vrouw van Potifar ook. Op een keer zei ze: "Kom, ga met me mee naar bed!"