Genesis
hoofdstukken 40:10-16
BasisBijbel
10Daaraan zaten drie takken. Er kwamen blaadjes aan. Onmiddellijk kwamen er ook bloesems aan en daarna trossen met rijpe druiven.
11Ik had de wijnbeker van de Farao in mijn hand. Ik plukte de druiven, perste ze uit in de beker van de Farao en gaf de beker aan de Farao."
12Jozef zei tegen hem: "Dit is wat jouw droom betekent. De drie takken zijn drie dagen.
13Over drie dagen zal de Farao je een hoge plaats geven: hij zal je je baan teruggeven. Je zal de Farao weer zijn wijnbeker aangeven, net als vroeger toen je zijn wijnschenker was.
14Denk alsjeblieft aan mij als het weer goed met je gaat. Vertel de Farao over mij en haal mij hier uit.
15Want ik ben gestolen uit het land van de Hebreeën. En ook hier heb ik niets gedaan waarvoor ze me in deze kerker konden gooien."
16De bakker hoorde dat de droom van de wijnschenker iets goeds betekende. Daarom zei hij tegen Jozef: "Ik had ook een droom. Op mijn hoofd stonden drie manden met gebak.