Genesis
hoofdstukken 41:19-25
BasisBijbel
19Daarna kwamen nóg zeven koeien omhoog uit de rivier. Magere, lelijke koeien. Ik heb in heel Egypte nog nooit zulke lelijke koeien gezien.
20En die magere, lelijke koeien aten de zeven eerste, dikke koeien op.
21Toen de magere koeien ze opgegeten hadden, was daar niets van te zien. Ze zagen er nog net zo mager uit als eerst. Toen werd ik wakker.
22Daarna had ik een tweede droom. Zeven koren-aren groeiden uit één stengel. Ze waren vol en mooi.
23Daarna groeiden er uit diezelfde stengel ook nog zeven dunne aren. Ze waren verdroogd door de hete oostenwind.
24En de zeven dunne aren aten de zeven mooie aren op. Ik heb dit aan de tovenaars verteld, maar niemand kon het mij uitleggen."
25Toen zei Jozef tegen de Farao: "De twee dromen betekenen hetzelfde. God heeft u laten zien wat Hij gaat doen.