Genesis
hoofdstukken 41:22-28
BasisBijbel
22Daarna had ik een tweede droom. Zeven koren-aren groeiden uit één stengel. Ze waren vol en mooi.
23Daarna groeiden er uit diezelfde stengel ook nog zeven dunne aren. Ze waren verdroogd door de hete oostenwind.
24En de zeven dunne aren aten de zeven mooie aren op. Ik heb dit aan de tovenaars verteld, maar niemand kon het mij uitleggen."
25Toen zei Jozef tegen de Farao: "De twee dromen betekenen hetzelfde. God heeft u laten zien wat Hij gaat doen.
26De zeven mooie koeien zijn zeven jaren. En de zeven mooie aren zijn ook zeven jaren. De dromen betekenen hetzelfde.
27De zeven magere en lelijke koeien die na die eerste uit de rivier kwamen, zijn zeven jaren van hongersnood. De zeven lege, door de hete oostenwind verdroogde aren óók.
28Dit bedoelde ik daarnet: God heeft u laten zien wat Hij gaat doen.