Genesis
hoofdstukken 41:4-10
BasisBijbel
4En de magere, lelijke koeien aten de zeven dikke, mooie koeien op. Toen werd de Farao wakker.
5Daarna viel hij weer in slaap. Hij kreeg voor de tweede keer een droom. Zeven dikke, mooie koren-aren groeiden uit één stengel.
6Daarna groeiden er uit diezelfde stengel ook nog zeven dunne aren. Ze waren verdroogd door de hete oostenwind.
7En de zeven dunne aren aten de zeven dikke, volle aren op. Toen werd de Farao wakker. Het was maar een droom.
8De volgende morgen was hij erg onrustig over wat hij had gedroomd. Hij liet alle tovenaars en wijze mannen van Egypte komen en vertelde hun zijn dromen. Maar niemand van hen kon de dromen uitleggen.
9Toen zei de wijnschenker tegen de Farao: "Ik moet opeens denken aan die keer dat ik iets verkeerds gedaan had.
10U was toen kwaad op mij en de bakker. U liet ons in de gevangenis gooien van het hoofd van de lijfwacht.