Genesis
hoofdstukken 41:49-55
BasisBijbel
49De hoeveelheid graan die Jozef verzamelde, was zo ontelbaar als het zand langs de zee. De mensen stopten met het te wegen, want het was zoveel dat het niet meer te wegen was.
50Voordat de jaren van hongersnood begonnen, kregen Jozef en Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On, twee zonen.
51Jozef noemde zijn eerste zoon Manasse [ (= 'Hij helpt mij vergeten') ]. "Want," zei hij, "God heeft ervoor gezorgd dat ik al mijn verdriet en ellende en mijn familie kon vergeten."
52Zijn tweede zoon noemde hij Efraïm [ (= 'Hij maakt mij vruchtbaar') ]. "Want," zei hij, "God heeft mijn ellende hier gebruikt voor iets goeds."
53Toen waren de zeven jaren van overvloed in Egypte voorbij.
54De zeven jaren van hongersnood begonnen, zoals Jozef gezegd had. In alle landen was hongersnood, maar in heel Egypte was brood.
55[ Want ] toen iedereen in Egypte honger kreeg en het volk bij de Farao om brood riep, zei de Farao tegen de Egyptenaren: "Ga naar Jozef en doe wat hij zegt."