Genesis
hoofdstukken 41:7-13
BasisBijbel
7En de zeven dunne aren aten de zeven dikke, volle aren op. Toen werd de Farao wakker. Het was maar een droom.
8De volgende morgen was hij erg onrustig over wat hij had gedroomd. Hij liet alle tovenaars en wijze mannen van Egypte komen en vertelde hun zijn dromen. Maar niemand van hen kon de dromen uitleggen.
9Toen zei de wijnschenker tegen de Farao: "Ik moet opeens denken aan die keer dat ik iets verkeerds gedaan had.
10U was toen kwaad op mij en de bakker. U liet ons in de gevangenis gooien van het hoofd van de lijfwacht.
11Op een nacht hadden we allebei een droom, hij en ik. We hadden allebei een eigen droom, met een eigen betekenis.
12Er was daar ook een Hebreeuwse jongeman, een slaaf van het hoofd van de lijfwacht. We vertelden hem onze dromen en hij zei ons wat ze betekenden.
13Hij zei dat ik mijn baan zou terugkrijgen en dat de bakker opgehangen zou worden. En dat is ook gebeurd."