Genesis
hoofdstukken 42:3-9
BasisBijbel
3Toen reisden tien van Jozefs broers naar Egypte om graan te kopen.
4Maar Jakob liet Benjamin, Jozefs broer, niet met de anderen meegaan. Want hij dacht: "Stel dat hem iets overkomt."
5Zo kwamen ook de zonen van Israël graan kopen. Want er was ook hongersnood in Kanaän.
6Jozef was de heerser van het land. Hij verkocht zelf het graan aan de mensen. Toen zijn broers aangekomen waren, bogen ze zich diep voor hem.
7Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen. Maar hij deed alsof hij hen niet kende en zei kortaf tegen hen: "Waar komen jullie vandaan?" Ze antwoordden: "Uit Kanaän. We komen eten kopen."
8Jozef herkende zijn broers wel, maar zij herkenden hem niet.
9Toen herinnerde Jozef zich wat hij over hen gedroomd had. Hij zei tegen hen: "Jullie zijn spionnen. Jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."