Genesis
hoofdstukken 42:6-12
BasisBijbel
6Jozef was de heerser van het land. Hij verkocht zelf het graan aan de mensen. Toen zijn broers aangekomen waren, bogen ze zich diep voor hem.
7Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen. Maar hij deed alsof hij hen niet kende en zei kortaf tegen hen: "Waar komen jullie vandaan?" Ze antwoordden: "Uit Kanaän. We komen eten kopen."
8Jozef herkende zijn broers wel, maar zij herkenden hem niet.
9Toen herinnerde Jozef zich wat hij over hen gedroomd had. Hij zei tegen hen: "Jullie zijn spionnen. Jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."
10Maar ze zeiden tegen hem: "Nee heer, we zijn gekomen om eten te kopen.
11We zijn allemaal zonen van één man. We zijn eerlijke mensen. We zijn geen spionnen."
12Maar hij zei tegen hen: "Nee, jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."