Genesis
hoofdstukken 42:7-13
BasisBijbel
7Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen. Maar hij deed alsof hij hen niet kende en zei kortaf tegen hen: "Waar komen jullie vandaan?" Ze antwoordden: "Uit Kanaän. We komen eten kopen."
8Jozef herkende zijn broers wel, maar zij herkenden hem niet.
9Toen herinnerde Jozef zich wat hij over hen gedroomd had. Hij zei tegen hen: "Jullie zijn spionnen. Jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."
10Maar ze zeiden tegen hem: "Nee heer, we zijn gekomen om eten te kopen.
11We zijn allemaal zonen van één man. We zijn eerlijke mensen. We zijn geen spionnen."
12Maar hij zei tegen hen: "Nee, jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."
13Toen zeiden ze: "Vroeger waren we met z'n twaalven. Twaalf zonen van één man in Kanaän. Onze jongste broer is nog bij onze vader, en één broer leeft niet meer."