Genesis
hoofdstukken 42:9-15
BasisBijbel
9Toen herinnerde Jozef zich wat hij over hen gedroomd had. Hij zei tegen hen: "Jullie zijn spionnen. Jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."
10Maar ze zeiden tegen hem: "Nee heer, we zijn gekomen om eten te kopen.
11We zijn allemaal zonen van één man. We zijn eerlijke mensen. We zijn geen spionnen."
12Maar hij zei tegen hen: "Nee, jullie zijn gekomen om te kijken waar jullie gemakkelijk het land kunnen binnendringen."
13Toen zeiden ze: "Vroeger waren we met z'n twaalven. Twaalf zonen van één man in Kanaän. Onze jongste broer is nog bij onze vader, en één broer leeft niet meer."
14Maar Jozef zei tegen hen: "Het is zoals ik jullie heb gezegd: jullie zijn spionnen.
15Ik zweer bij de Farao dat ik zal uitzoeken of jullie de waarheid spreken. Jullie mogen hier pas vertrekken als jullie jongste broer hier is gekomen.