Genesis
hoofdstukken 44:20-26
BasisBijbel
20En we antwoordden: 'We hebben nog een oude vader en een jonge broer. Dat is een zoon die geboren is toen onze vader al oud was. Hij had nog een broer, maar die is dood. Hij is de enige zoon van zijn moeder die nog leeft. Zijn vader houdt heel veel van hem.'
21Toen zei u tegen ons: 'Breng hem bij mij, zodat ik hem kan zien.'
22Maar we zeiden tegen u: 'De jongen kan niet bij zijn vader weg. Als hij bij zijn vader weggaat, zal zijn vader sterven [ van verdriet ].'
23Toen zei u tegen ons: 'Als jullie jongste broer niet met jullie meekomt, mogen jullie niet meer bij mij komen.'
24Toen we thuiskwamen, vertelden we onze vader wat u had gezegd.
25Na een poos zei onze vader: 'Jullie moeten weer eten gaan kopen.'
26Wij zeiden: 'We kunnen niet gaan. We kunnen alleen maar gaan als onze jongste broer meegaat. Want we mogen niet meer bij die man komen als onze jongste broer niet bij ons is.'