Genesis
hoofdstukken 44:3-9
BasisBijbel
3Toen het de volgende ochtend licht begon te worden, mochten de mannen met hun ezels vertrekken.
4Toen ze nog maar nét de stad uit waren, zei Jozef tegen de man die de leiding over zijn huis had: "Jaag die mannen achterna. Als je ze hebt ingehaald, moet je tegen hen zeggen: 'Waarom behandelen jullie mijn meester slecht, terwijl hij goed voor jullie geweest is? Waarom hebben jullie zijn zilveren beker gestolen?
5Dat is de beker die hij gebruikt om in de toekomst te kijken! Hoe hebben jullie dat kunnen doen?' "
6De man haalde de broers in en zei dit tegen hen.
7Ze antwoordden hem: "Waarom zegt u dat? Zoiets zouden we nooit doen!
8Het geld dat we bovenin onze zakken hadden gevonden, hebben we u teruggebracht uit Kanaän. Waarom zouden we dan uit het huis van uw meester zilver of goud stelen?
9Als u bij één van ons de beker vindt, mag u die man doden. En wij zullen allemaal uw slaven worden."