Genesis
hoofdstukken 46:4-10
BasisBijbel
4Ik zal Zelf met je meegaan naar Egypte. Ik zal je óók weer terugbrengen. En wanneer je sterft, zal Jozef bij je zijn."
5Toen vertrok Jakob uit Berseba. Zijn zonen namen hun vader, hun vrouwen en hun kinderen mee op de wagens die de Farao had meegegeven.
6Ook al hun vee en alles wat ze bezaten namen ze mee. Zo kwam Jakob met zijn kinderen en kleinkinderen in Egypte.
7Jakob bracht zijn hele familie mee naar Egypte: zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters.
8Dit zijn de namen van de zonen van Israël die naar Egypte kwamen.Jakobs oudste zoon Ruben,
9met zijn zonen Henoch, Pallu, Hezron en Karmi.
10Simeon, met zijn zonen Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul. Saul was de zoon van een vrouw uit Kanaän.