Genesis
hoofdstukken 47:16-22
BasisBijbel
16Toen zei Jozef: "Als je geen geld meer hebt, kun je betalen met vee."
17Toen brachten ze hun vee naar Jozef. En Jozef gaf hun brood in ruil voor paarden, schapen, geiten, koeien en ezels. In dat jaar gaf hij brood aan hen in ruil voor vee.
18Het jaar daarna kwamen ze wéér naar hem toe en zeiden: "Nu heeft u al ons geld en al ons vee. We hebben niets meer waarmee we u kunnen betalen. We hebben alleen onszelf nog en onze grond.
19U wil toch niet dat we voor uw ogen sterven van de honger? Want dan is er niemand meer om voor de akkers te zorgen en zal alles verwilderen. Koop ons en onze grond in ruil voor brood. Dan zullen wij en onze grond de Farao dienen. Geef ons ook zaad. Dan zullen we in leven blijven. Maar als we sterven, is er niemand meer om nog voor de akkers te zorgen."
20Toen kocht Jozef al de grond van de Egyptenaren voor de Farao. Want alle Egyptenaren verkochten hun akkers, omdat ze zo'n vreselijke honger hadden. Zo kreeg de Farao ook al de grond.
21En alle mensen in heel Egypte werden zijn knechten.
22Alleen de grond van de priesters kocht hij niet. Want de priesters hadden een vast loon van de Farao. Daar leefden de priesters van. Daarom hoefden zij hun grond niet te verkopen.