Genesis
hoofdstukken 47:19-25
BasisBijbel
19U wil toch niet dat we voor uw ogen sterven van de honger? Want dan is er niemand meer om voor de akkers te zorgen en zal alles verwilderen. Koop ons en onze grond in ruil voor brood. Dan zullen wij en onze grond de Farao dienen. Geef ons ook zaad. Dan zullen we in leven blijven. Maar als we sterven, is er niemand meer om nog voor de akkers te zorgen."
20Toen kocht Jozef al de grond van de Egyptenaren voor de Farao. Want alle Egyptenaren verkochten hun akkers, omdat ze zo'n vreselijke honger hadden. Zo kreeg de Farao ook al de grond.
21En alle mensen in heel Egypte werden zijn knechten.
22Alleen de grond van de priesters kocht hij niet. Want de priesters hadden een vast loon van de Farao. Daar leefden de priesters van. Daarom hoefden zij hun grond niet te verkopen.
23Jozef zei tegen het volk: "Ik heb nu jullie en jullie grond voor de Farao gekocht. Hier is zaad voor jullie akkers, zodat jullie kunnen zaaien.
24Maar dan moeten jullie straks van de oogst een vijfde deel aan de Farao geven. De rest mogen jullie houden. Dat kunnen jullie gebruiken om te zaaien en om er brood van te bakken voor jullie gezinnen."
25Ze antwoordden: "U heeft ons leven gered en we zijn u daar dankbaar voor. We zullen de Farao dienen."