Genesis
hoofdstukken 47:21-27
BasisBijbel
21En alle mensen in heel Egypte werden zijn knechten.
22Alleen de grond van de priesters kocht hij niet. Want de priesters hadden een vast loon van de Farao. Daar leefden de priesters van. Daarom hoefden zij hun grond niet te verkopen.
23Jozef zei tegen het volk: "Ik heb nu jullie en jullie grond voor de Farao gekocht. Hier is zaad voor jullie akkers, zodat jullie kunnen zaaien.
24Maar dan moeten jullie straks van de oogst een vijfde deel aan de Farao geven. De rest mogen jullie houden. Dat kunnen jullie gebruiken om te zaaien en om er brood van te bakken voor jullie gezinnen."
25Ze antwoordden: "U heeft ons leven gered en we zijn u daar dankbaar voor. We zullen de Farao dienen."
26En Jozef maakte er een wet van voor het hele land, dat een vijfde deel van de oogst voortaan voor de Farao zou zijn. Die wet geldt nog steeds. Alleen de grond van de priesters werd geen eigendom van de Farao.
27Zo bleef de familie van Israël dus in de streek Gosen in Egypte wonen. Ze hadden daar eigen grond gekregen. Ze kregen veel kinderen, zodat hun familie heel groot werd.