Genesis
hoofdstukken 47:5-11
BasisBijbel
5De Farao zei tegen Jozef: "Je vader en je broers zijn naar jou toe gekomen.
6Jij mag kiezen waar je hen wil laten wonen. Je mag het beste deel van het land aan hen geven, de streek Gosen. En als je flinke mannen onder hen weet, laat hen dan opzichters over mijn kudden worden."
7Jozef bracht ook zijn vader Jakob naar de Farao en stelde hem aan hem voor. Jakob zegende de Farao.
8De Farao vroeg Jakob: "Hoe oud ben je?"
9Jakob antwoordde: "Ik zwerf nu 130 jaar als vreemdeling rond. En mijn korte leven is vol moeilijkheden en verdriet geweest. Ik ben niet zo oud geworden als mijn voorvaders."
10Jakob zegende de Farao opnieuw en ging bij hem weg.
11Jozef wees zijn vader en zijn broers plaatsen aan waar ze mochten wonen. Hij gaf hun een eigen stuk grond in het beste deel van Egypte. Dat was de streek Rameses [ (= Gosen) ], zoals de Farao had bevolen.