Genesis
hoofdstukken 49:11-17
BasisBijbel
11Hij zal zijn ezel aan de wijnstruik binden, het jong van de ezel aan de beste wijnstruik. Hij zal zijn kleren wassen in wijn en zijn mantel in druivensap.
12Zijn ogen zijn zo donker als wijn en zijn tanden zo wit als melk.
13Zebulon zal wonen bij de zee, bij de schepen. Zijn grens zal tot aan Sidon zijn.
14Issaschar lijkt op een sterke ezel die tussen de pakken ligt.
15Als hij een plek ziet waar het rustig en mooi is, buigt hij zijn schouders. Hij vindt het niet erg om zware lasten te dragen en slaafs werk te doen voor zijn meesters.
16[ Mijn zoon ] Dan zal zijn volk leiden, want zijn volk is één van de stammen van Israël.
17Hij zal [ als ] een slang op de weg zijn, [ als ] een adder naast het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn ruiter achterover van zijn paard valt.