Genesis
hoofdstukken 49:16-22
BasisBijbel
16[ Mijn zoon ] Dan zal zijn volk leiden, want zijn volk is één van de stammen van Israël.
17Hij zal [ als ] een slang op de weg zijn, [ als ] een adder naast het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn ruiter achterover van zijn paard valt.
18– Ik vertrouw op uw goedheid, Heer.
19Gad zal worden aangevallen door een roversbende, maar hij zal hen uiteindelijk overwinnen.
20Aser zal rijke oogsten hebben. Hij zal heerlijk eten leveren, geschikt voor een koning.
21Naftali lijkt op een rondspringend hert. Hij spreekt vriendelijke woorden.
22Jozef lijkt op een vruchtbare boom bij een bron. Zijn takken groeien over de muur.