Genesis
hoofdstukken 5:20-26
BasisBijbel
20Hij stierf toen hij 962 jaar was.
21Toen Henoch [ (= 'toegewijd') ] 65 jaar was, kreeg hij een zoon: Metusala.
22Nadat Metusala [ (= 'als hij gestorven is, zal het gebeuren') ] was geboren, leefde Henoch nog 300 jaar lang met God. Hij kreeg nog meer zonen en dochters.
23Hij werd 365 jaar.
24Henoch leefde met God. En opeens was hij er niet meer, want God had hem meegenomen [ naar de hemel ].
25Toen Metusala 187 jaar was, kreeg hij een zoon: Lamech.
26Nadat Lamech was geboren, leefde Metusala nog 782 jaar. Hij kreeg nog meer zonen en dochters.