Genesis
hoofdstukken 5:23-29
BasisBijbel
23Hij werd 365 jaar.
24Henoch leefde met God. En opeens was hij er niet meer, want God had hem meegenomen [ naar de hemel ].
25Toen Metusala 187 jaar was, kreeg hij een zoon: Lamech.
26Nadat Lamech was geboren, leefde Metusala nog 782 jaar. Hij kreeg nog meer zonen en dochters.
27Hij stierf toen hij 969 jaar was.
28Toen Lamech 182 jaar was, kreeg hij een zoon.
29Hij noemde hem Noach. Lamech zei: "Deze zoon zal een troost voor ons zijn. Want we moeten erg hard werken doordat God de grond heeft vervloekt."