Genesis
hoofdstukken 6:2-8
BasisBijbel
2En de zonen van God zagen dat de dochters van de mensen erg mooi waren. Ze trouwden met hen, met wie ze maar wilden.
3Toen zei de Heer: "Mijn Geest zal niet voor altijd de mensen blijven waarschuwen. Ze zijn sterfelijk en krijgen [ nog maar ] 120 jaar."
4In die tijd en ook daarna leefden er reuzen op aarde. Dat waren de kinderen die geboren waren nadat de zonen van God getrouwd waren met de dochters van de mensen. Zij waren de grote, machtige helden uit de vroege tijd.
5De Heer zag dat de mensen op de aarde erg slecht waren. Alles wat ze bedachten en deden was slecht.
6Daarom had de Heer er spijt van dat Hij de mensen had gemaakt. Hij had veel verdriet over wat ze deden.
7Daarom besloot Hij: "Ik zal de mensen die Ik heb gemaakt allemaal doden. En niet alleen de mensen, maar ook alle dieren. Want Ik heb er spijt van dat Ik hen heb gemaakt."
8Maar Noach was niet slecht. God zag dat en was blij met hem. Daarom wilde Hij hem redden.