Genesis
hoofdstukken 8:4-10
BasisBijbel
4Op de 17e dag van de zevende maand bleef de boot vastzitten op één van de bergtoppen van de Ararat.
5Het water bleef langzaam zakken. Op de eerste dag van de tiende maand waren de toppen van de bergen weer te zien.
6Toen er 40 dagen voorbij waren, deed Noach het raam van de boot open.
7Hij liet een raaf wegvliegen. De raaf bleef heen en weer vliegen totdat de aarde weer droog was.
8Daarna liet hij een duif wegvliegen, om te zien of het water al helemaal was verdwenen.
9Maar de duif vond nog nergens een plekje om te gaan zitten en vloog naar Noach terug. Want de hele aarde stond nog onder water. Noach stak zijn hand uit en nam de duif weer terug in de boot.
10Hij wachtte nog zeven dagen en liet de duif toen weer wegvliegen.