Hooglied
hoofdstukken 2:11-17
BasisBijbel
11Want de winter is voorbij,het regent niet meer.
12De bloemen bloeien en de vogeltjes zingen.Overal hoor je de tortelduiven koeren.
13Er zitten al vijgen in de vijgenboom.De wijnstruiken staan al in bloei en geuren heerlijk.Mijn schat, sta op, mooi meisje, en kom!
14Duifje van me, kom uit je rotsspleet!Kom uit je schuilplaats in de rots!Laat me je zien, laat mij je stem horen.Want jouw stem klinkt mij als muziek in de oren.En je bent zo mooi!
15Ga voor ons de vossen vangen,die kleine vossen die onze wijngaard vernielen nu die in bloei staat.'
16Mijn liefste is van mij en ik ben van hem.Ik ben van hem die zijn schapen tussen de lelies hoedt.
17Als de dag aanbreekt en het donker verdwijnt,kom dan hierheen, springend als een gazelle, liefste,springend als een hertenjong op de bergen."