Hooglied
hoofdstukken 2:9-15
BasisBijbel
9Mijn liefste lijkt op een gazelle, of op een hertenjong.Kijk, nu staat hij achter onze muur.Hij kijkt stiekem door de ramen, gluurt tussen de tralies door.
10Mijn liefste wil me spreken. Hij zegt:'Mijn schat, sta op, mooi meisje, en kom!
11Want de winter is voorbij,het regent niet meer.
12De bloemen bloeien en de vogeltjes zingen.Overal hoor je de tortelduiven koeren.
13Er zitten al vijgen in de vijgenboom.De wijnstruiken staan al in bloei en geuren heerlijk.Mijn schat, sta op, mooi meisje, en kom!
14Duifje van me, kom uit je rotsspleet!Kom uit je schuilplaats in de rots!Laat me je zien, laat mij je stem horen.Want jouw stem klinkt mij als muziek in de oren.En je bent zo mooi!
15Ga voor ons de vossen vangen,die kleine vossen die onze wijngaard vernielen nu die in bloei staat.'