Hooglied
hoofdstukken 6:2-8
BasisBijbel
2[ Zij: ] "Mijn liefste is naar zijn tuin gegaan,naar de bloembedden met kruiden,om er te genieten en om lelies te plukken.
3Ik ben van mijn liefste en mijn liefste is van mij.Hij ligt tussen de lelies."
4[ Hij: ] "Wat ben je mooi, mijn liefste, zo mooi als de stad Tirza,zo prachtig als de stad Jeruzalem,en zo gevaarlijk als een heel leger!
5Kijk alsjeblieft een andere kant op,want ik bezwijk onder je blik.Je haar golft als een kudde geiten die op de bergen van Gilead grazen.
6Je tanden zijn zo mooi als een kudde pasgeschoren schapen die net in de beek gewassen zijn.Het zijn allemaal tweelingen. Er ontbreekt er niet één.
7Je wangen tussen je lange haar zijn zo mooi als doorgesneden granaatappels.
8Koning Salomo heeft wel zestig koninginnen, tachtig bijvrouwen en ontelbaar veel slavinnen,