Hooglied
hoofdstukken 6:5-11
BasisBijbel
5Kijk alsjeblieft een andere kant op,want ik bezwijk onder je blik.Je haar golft als een kudde geiten die op de bergen van Gilead grazen.
6Je tanden zijn zo mooi als een kudde pasgeschoren schapen die net in de beek gewassen zijn.Het zijn allemaal tweelingen. Er ontbreekt er niet één.
7Je wangen tussen je lange haar zijn zo mooi als doorgesneden granaatappels.
8Koning Salomo heeft wel zestig koninginnen, tachtig bijvrouwen en ontelbaar veel slavinnen,
9Maar niemand is zo volmaakt als mijn duifje,de enige dochter van haar moeder.Ook haar moeder vindt haar het mooiste meisje.Als de meisjes jou zien, zullen ze je moeder vertellen dat je prachtig bent.De koninginnen en bijvrouwen zullen tegen elkaar zeggen hoe mooi ze je vinden.
10Je bent zo mooi als een zonsopgang,zo stralend als de maan,zo schitterend als de zon,en zo gevaarlijk als een heel leger."
11[ Zij: ] "Ik ging naar de tuin met notenbomen,om te zien of er al bloesems aanzitten.Ik ging kijken of er al blaadjes aan de wijnstruiken komenen of de granaatappelbomen al bloeien.