Hosea
hoofdstukken 12:3-9
BasisBijbel
3De Heer houdt ook een rechtszaak tegen het koninkrijk Juda. Hij gaat het volk van Jakob straffen voor alle slechte dingen die het doet.
4Al vanaf dat Jakob in de buik van zijn moeder zat, streed hij met zijn broer Ezau. Toen hij volwassen was, streed hij moedig met God.
5Hij streed moedig met de Engel en won van Hem.
6Onder tranen smeekte hij de Engel dat die hem zou zegenen. In Bet-El vond hij God. De Heer, de God van de hemelse legers, sprak daar met hem.
7Volk van Jakob, ga nu [ net als Jakob ] terug naar je God. Leef zoals Hij het wil. Vertrouw in alles op Hem.
8De handelaars van Israël zijn oneerlijk: ze gebruiken valse gewichten. Ze bedriegen de mensen.
9Toch zegt Israël: 'Ik ben wel rijk geworden, maar bij alles wat ik heb gedaan is niets oneerlijks te vinden!'