Hosea
hoofdstukken 2:9-15
BasisBijbel
9Ik zal haar vriendjes laten zien hoe dwaas ze is. En niemand zal haar redden.
10Ik maak een einde aan de grote feesten, de feestdagen voor de nieuwe maand, de heilige rustdagen. Er zullen helemaal geen samenkomsten meer zijn.
11De wijnstruiken en de vijgenbomen, waarvan ze dacht: 'Die heb ik van mijn vriendjes gehad' , zal Ik vernielen. Ik zal ze laten verwilderen en de wilde dieren zullen ze opeten.
12Ik zal haar ervoor straffen dat ze offers bracht aan andere goden. Ze zal de gevolgen moeten dragen. Want ze heeft zich voor hén mooi gemaakt met ringen en kettingen, maar Míj is ze vergeten, zegt de Heer."
13[ De Heer zegt: ] "Let op, daarom zal Ik haar lokken, Ik zal haar leiden in de woestijn. Ik zal daar liefdevol tot haar spreken.
14Ik zal haar wijngaarden weer aan haar teruggeven. Zo zal het Achor-dal een plaats worden van nieuwe hoop. Ze zal weer [ van liefde voor Mij ] zingen zoals ze vroeger zong, toen Ik haar uit Egypte bevrijdde.
15Israël, in die tijd zul je niet langer 'mijn Meester' tegen Mij zeggen. Je zal Mij 'mijn Man' noemen, zegt de Heer.