Hosea
hoofdstukken 7:6-12
BasisBijbel
6Hun hart gloeit. De hele nacht liggen ze op de loer. Hun hart is zo heet als de oven van een bakker, waarin de bakker na zijn nachtrust 's morgens het vuur weer hoog opstookt.
7Ze zijn allemaal zo heet als een oven. Dat [ vuur ] verslindt hun rechters en leiders. Het brengt hun koningen ten val. Maar niemand van hen roept Mij om hulp."
8[ De Heer zegt: ] "Israël vermengt zich met andere volken. Israël is als een koek die [ tijdens het bakken ] niet is omgekeerd.
9Vreemden hebben hem van zijn kracht beroofd, maar hij merkt het niet. Hij is oud, grijs en zwak geworden, maar hij heeft het niet in de gaten.
10Israël is veel te trots. Want hij gaat in alle ellende niet terug naar zijn Heer God.
11Israël lijkt op een domme duif zonder verstand. [ Hij fladdert van de één naar de ander. ] Want ze gaan Egypte om hulp vragen. Daarna gaan ze naar Assur.
12Wanneer ze gaan, zal Ik mijn vangnet over hen heen gooien. Ik zal hen neerhalen zoals je vogels uit de lucht haalt met een net. Ik zal hen vangen, zodra Ik hoor dat ze zich verzamelen.