Hosea
hoofdstukken 9:3-9
BasisBijbel
3En jullie zullen niet in het land van de Heer blijven wonen. Jullie zullen naar Egypte gaan. En jullie zullen in Assur [ en Egypte ] onrein voedsel eten.
4Jullie zullen geen wijn-offers meer aan Mij offeren. Jullie zullen Mij niet meer blij maken met jullie offers. Jullie eten zal onrein zijn, zoals brood dat gegeten wordt bij een begrafenis. Door onrein eten zijn jullie zelf onrein geworden. Daarom zal het alleen voor jullie zelf zijn. Jullie mogen er niets van aan Mij geven, in mijn tempel.
5En wat zullen jullie doen op mijn feestdagen? Wat zullen jullie doen op de feesten van de Heer?
6Let op, jullie zullen naar Egypte gaan omdat je land verwoest wordt. Daar zullen jullie in de stad Nof begraven worden. Jullie zilver zal geroofd worden. Doornstruiken zullen op jullie akkers groeien. Distels zullen in jullie huizen staan.
7De tijd van jullie straf is gekomen. De tijd is gekomen dat jullie krijgen wat jullie met je gedrag hebben verdiend. Israël zal dat merken! Jullie vinden de profeten maar dwazen. Jullie zeggen dat ze gek zijn. Omdat jullie zo slecht zijn, is jullie haat [ tegen Mij ] groot.
8De profeet van Israël staat aan de kant van God. Maar voor jullie is hij als een vijand, iemand die tegen jullie goden is.
9Jullie doen net zulke verschrikkelijke dingen als in de tijd van Gibea. Maar jullie zullen de gevolgen ervan moeten dragen. Ik zal jullie ervoor straffen.