Jeremia
hoofdstukken 39:2-8
BasisBijbel
2En toen Zedekia elf jaar koning was, wisten de Babyloniërs de stad binnen te komen. Dat gebeurde op de negende dag van de vierde maand.
3De legerleiding van de koning van Babel ging in de Middenpoort zitten. Dat waren [ de ] Samgarnebo Nergalsareser, [ de ] Rabsaris Sarsechim, [ de ] Rabmag Nergalsareser en alle andere aanvoerders van de koning van Babel.
4Toen koning Zedekia en zijn soldaten dat zagen, vluchtten ze. Via de paleistuin verlieten ze 's nachts de stad. Door de poort tussen de twee stadsmuren in vluchtten ze in de richting van de vlakte.
5Maar het leger van de Babyloniërs kwam hen achterna. Ze haalden Zedekia in op de vlakte bij Jericho en namen hem gevangen. Ze brachten hem naar koning Nebukadnezar in de stad Ribla in het land van Hamat. Koning Nebukadnezar liet hem weten hoe hij hem zou straffen.
6Daarna liet hij daar Zedekia's zonen voor zijn ogen doden. Ook alle leiders en belangrijke mensen liet hij doden.
7Daarna liet hij Zedekia blind maken. Hij boeide hem met twee koperen ketenen en nam hem mee naar Babel.
8De Babyloniërs staken het paleis en de huizen in brand. De muren van Jeruzalem braken ze af.