Job
hoofdstukken 2:4-10
BasisBijbel
4Maar de duivel antwoordde: "Ieder mens wil alles wel opgeven, als hij maar in leven mag blijven.
5Maar stel dat hij ernstig ziek zou worden. Dan zal hij niets meer met U te maken willen hebben. Dat weet ik zeker."
6Toen zei de Heer tegen de duivel: "Goed. Je mag met hem doen wat je wil, maar je mag hem niet doden."
7Toen ging de duivel bij de Heer weg. En hij maakte Job ernstig ziek. Job kwam van top tot teen onder de zweren te zitten.
8Hij ging buiten de stad op de vuilnishoop zitten en krabde zich met een potscherf.
9Toen zei zijn vrouw tegen hem: "Blijf je nu nog steeds God dienen? Laat God toch zitten en sterf!"
10Maar hij zei tegen haar: "Je praat als een dwaas. Zouden we de goede dingen van God wel aannemen, maar de slechte dingen niet?" Hiermee zei Job niets verkeerds over God.