Job
hoofdstukken 21:16-22
BasisBijbel
16Jullie zeiden tegen mij dat ze hun geluk niet zelf in handen hebben.Dat God er plotseling een eind aan maakten dat jullie daarom niets met hen te maken willen hebben.
17Dat heel vaak het geluk hen op een dag in de steek laat.Dat hun plotseling allerlei rampen overkomen,omdat God hen straft voor wat ze hebben gedaan.
18Jullie zeggen dat ze dan worden weggeblazen als stro in de wind,als stof dat wegwaait in de storm.
19God straft zelfs hun kinderen.Maar laat Hij ook henzelf straffen!Ze moeten zélf de straf voelen voor wat ze hebben gedaan!
20Ze moeten zélf voelen hoe slecht het met henzelf afloopt.Ze moeten zélf de straf van de Almachtige God ervaren.
21Want wat maakt het hun uit hoe het met hun gezin gaat,als zij er zelf niet meer zijn?
22Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen?Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt,dat Hij het verkeerd doet?