Job
hoofdstukken 24:2-8
BasisBijbel
2Sommige mensen verzetten de grenspalen van hun gebied.Zo stelen ze grond van anderen en maken hun eigen gebied groter.Anderen stelen vee en hoeden dat voor zichzelf.
3Ze pakken arme weeskinderen hun ezel af, als onderpand.Ze nemen een weduwe de koe af die ze zelf nodig had.
4De arme mensen worden ruw door hen van de weg geduwd,zodat ze zich uit angst voor hen verbergen.
5Als wilde ezels moeten ze in de woestijn naar eten zoeken.Op de steppe zoeken ze eten voor hun kinderen.
6Ze zoeken in de velden naar iets eetbaarsen in de wijngaarden van slechte mensenzoeken ze naar achtergebleven druiven.
7Ze overnachten in te dunne kleren.Ze hebben geen deken als het koud is.
8In de bergen worden ze drijfnat van de regen.Omdat ze geen dak boven hun hoofd hebben,kruipen ze dicht tegen een rots aan.