Job
hoofdstukken 28:3-9
BasisBijbel
3In het diepste duister brengen de mensen lichtom diep onder de grond te zoeken naar goud, zilver en koper.
4De mensen die bij een mijn wonen,hakken gangen uit naar beneden.Ze hangen aan de rotsen om erts weg te halen uit plaatsenwaar nog nooit een mens was geweest.
5Op de aarde groeit het graan,maar ver in de diepte daaronderbeweegt de aarde als een vloeibaar vuur.
6Daar worden in het gesteente saffieren gevonden,waar stofjes goud in zitten.
7Geen dier weet de weg daarheen te vinden:de roofvogel kent die niet,de kraai ziet hem niet,
8roofdieren zie je er niet,de leeuwen komen er niet.
9Maar de mensen hakken in het harde gesteenteen woelen hele bergen om.