Job
hoofdstukken 3:1-7
BasisBijbel
1Toen sprak Job eindelijk. Hij wilde dat hij nooit geboren was.
2Hij zei:
3Ik wilde wel dat de dag dat ik werd geboren er nooit geweest was.Dat nooit die nacht gekomen was waarin gezegd werd:"Kijk, het is een jongetje!"
4Die dag had beter overgeslagen kunnen worden.God had beter kunnen vergeten hem te maken.Die dag had er nooit moeten zijn.
5Die dag had opgeslokt moeten worden door de nacht.Hij had helemaal donker moeten blijven,een dikke wolk had hem moeten bedekken.Was het maar donker gebleven, dan was die dag er nooit gekomen.
6Was die dag de zon maar niet opgegaan.Dan was die dag er nooit geweest.Dan was hij niet op de kalender voorgekomen.
7Was ik die nacht maar niet geboren.Was er die nacht maar niemand blij geweest over mijn geboorte.