Job
hoofdstukken 3:3-9
BasisBijbel
3Ik wilde wel dat de dag dat ik werd geboren er nooit geweest was.Dat nooit die nacht gekomen was waarin gezegd werd:"Kijk, het is een jongetje!"
4Die dag had beter overgeslagen kunnen worden.God had beter kunnen vergeten hem te maken.Die dag had er nooit moeten zijn.
5Die dag had opgeslokt moeten worden door de nacht.Hij had helemaal donker moeten blijven,een dikke wolk had hem moeten bedekken.Was het maar donker gebleven, dan was die dag er nooit gekomen.
6Was die dag de zon maar niet opgegaan.Dan was die dag er nooit geweest.Dan was hij niet op de kalender voorgekomen.
7Was ik die nacht maar niet geboren.Was er die nacht maar niemand blij geweest over mijn geboorte.
8Laten de mensen die dag maar vervloeken.De tovenaars die met hun kunsten het zeemonster kunnen beheersen,mogen van mij die dag vervloeken.
9Waren de morgensterren die dag maar niet opgekomen.Dan had die dag vergeefs op het licht gewacht.Dan had hij nooit de eerste zonnestralen gezien.