Job
hoofdstukken 39:21-27
BasisBijbel
21Wanneer ze van de grond opstaat,rent ze sneller dan paarden en ruiters en lacht hen uit.
22Kun jij een paard sterk maken?Heb jij de golvende manen op zijn nek laten groeien?
23Kun jij ervoor zorgen dat het zo goed springt als een sprinkhaan?Iedereen is bang als het trots briest!
24Vrolijk woelt het met zijn hoeven de grond om.Krachtig stort het zich in de strijd.
25Een paard kent geen angst en is nergens bang voor.Het vlucht niet voor het zwaard.
26Boven hem rammelt de pijlkoker.Boven hem flikkeren lans en speer.
27Razendsnel galoppeert het over de bodem.Het is niet te houden als de ramshoorn klinkt.