Job
hoofdstukken 39:24-30
BasisBijbel
24Vrolijk woelt het met zijn hoeven de grond om.Krachtig stort het zich in de strijd.
25Een paard kent geen angst en is nergens bang voor.Het vlucht niet voor het zwaard.
26Boven hem rammelt de pijlkoker.Boven hem flikkeren lans en speer.
27Razendsnel galoppeert het over de bodem.Het is niet te houden als de ramshoorn klinkt.
28Het hinnikt, elke keer als er op de ramshoorn wordt geblazen.Al van grote afstand ruikt het paard de strijden hoort het geroep van de aanvoerders en het krijgsgeschreeuw.
29Is het aan jouw wijsheid te danken dat een sperwer vliegt?Dat hij zijn vleugels uitslaat naar het zuiden?
30Heb jij de arend bevel gegeven om op te stijgenen zijn nest hoog op de rots te bouwen?