Job
hoofdstukken 39:27-33
BasisBijbel
27Razendsnel galoppeert het over de bodem.Het is niet te houden als de ramshoorn klinkt.
28Het hinnikt, elke keer als er op de ramshoorn wordt geblazen.Al van grote afstand ruikt het paard de strijden hoort het geroep van de aanvoerders en het krijgsgeschreeuw.
29Is het aan jouw wijsheid te danken dat een sperwer vliegt?Dat hij zijn vleugels uitslaat naar het zuiden?
30Heb jij de arend bevel gegeven om op te stijgenen zijn nest hoog op de rots te bouwen?
31Hij woont en slaapt hoog op de rots,op rotsen en bergtoppen.
32Vandaar speurt hij naar eten.Zijn ogen turen in de verte.
33Zijn jongen slurpen bloed.Waar doden liggen, is de arend te vinden.