Job
hoofdstukken 41:2-8
BasisBijbel
2Wie zou het tegen Mij durven opnemen?Ik zou niets van hem overlaten!Alles onder de hemel is van Mij.
3En dan heb Ik het nog niet eens over zijn poten en zijn kracht.Kijk eens hoe sterk hij is en hoe prachtig hij er uitziet!
4Wie durft zijn huid af te stropen?Of wie durft teugels om zijn kop te slaan?
5Wie durft zijn muil open te doen?Zijn tanden zien er angstaanjagend uit!
6Zijn rug bestaat uit beschermende platen.Ze zitten dicht tegen elkaar aan,als één groot geheel.
7Ze zitten zó dicht tegen elkaar aan,dat zelfs de wind er niet tussen kan komen.
8Ze sluiten precies op elkaar aan.Ze grijpen in elkaar, zodat niemand ze vaneen kan krijgen.