Joël
hoofdstukken 2:18-24
BasisBijbel
18Dan zal de Heer medelijden hebben met zijn land. Hij zal zijn volk vergeven.
19De Heer zal antwoorden: "Ik zal jullie weer graan, wijn en olijf-olie geven. Jullie zullen weer genoeg te eten hebben. Ik zal ervoor zorgen dat jullie niet langer uitgelachen en bespot worden door de andere volken.
20Ik zal dat leger dat uit het noorden is gekomen, wegjagen naar de woestijn. Het voorste deel van het leger zal Ik naar de zee in het oosten [ (= de Dode Zee) ] jagen en het achterste deel van het leger zal Ik wegjagen naar de zee in het westen [ (= de Middellandse Zee) ]." Ze zullen sterven en de stank zal tot op grote afstand te ruiken zijn. Want de Heer heeft iets geweldigs gedaan.
21Wees niet bang, land, maar juich en jubel. Want de Heer heeft geweldige dingen gedaan.
22Wees niet bang, wilde dieren, want de planten in de wildernis zullen weer groen worden, er zullen weer vruchten aan de bomen komen. Er zullen weer druiven groeien aan de wijnstruiken en olijven aan de olijfbomen.
23Bewoners van Jeruzalem, juich en wees blij over jullie Heer God. Want Ik zal jullie een leraar geven die jullie zal leren hoe jullie moeten leven. Dan zal Ik jullie weer voldoende regen geven: regen in de herfst en in de lente, net als vroeger.
24Jullie zullen weer veel graan, druiven en olijven oogsten.