Jozua
hoofdstukken 21:11-17
BasisBijbel
11Zo kreeg de familie van Kehat de stad Kirjat-Arba (deze Arba is de vader van Anok), dat is Hebron, in de bergen van de stam van Juda, met de graslanden die daar omheen liggen.
12Maar de akkers van die stad en de dorpen die bij die stad hoorden, waren voor Kaleb.
13De familie van de priester Aäron kreeg [ dus ] de vrijstad Hebron met de graslanden daar omheen. Verder Libna met de graslanden daar omheen,
14Jattir met de graslanden daar omheen, Estemoa met de graslanden daar omheen,
15Holon met de graslanden daar omheen, Debir met de graslanden daar omheen,
16Aïn met de graslanden daar omheen, Jutta met de graslanden daar omheen en Bet-Semes met de graslanden daar omheen. Van deze twee stammen kregen ze dus negen steden.
17Van de stam van Benjamin kregen ze vier steden: Gibeon met de graslanden daar omheen, Geba met de graslanden daar omheen,