Jozua
hoofdstukken 21:7-13
BasisBijbel
7De families van Merari kregen twaalf steden van de stammen van Ruben, Gad en Zebulon.
8De Israëlieten gaven deze steden en de graslanden er omheen aan de Levieten door er over te loten, zoals de Heer aan Mozes bevolen had.
9De familie van Aäron kreeg de volgende steden van de stammen van Juda en Simeon.
10Omdat het eerste lot op de familie van Kehat gevallen was, was de eerste stad voor hen.
11Zo kreeg de familie van Kehat de stad Kirjat-Arba (deze Arba is de vader van Anok), dat is Hebron, in de bergen van de stam van Juda, met de graslanden die daar omheen liggen.
12Maar de akkers van die stad en de dorpen die bij die stad hoorden, waren voor Kaleb.
13De familie van de priester Aäron kreeg [ dus ] de vrijstad Hebron met de graslanden daar omheen. Verder Libna met de graslanden daar omheen,