Klaagliederen
hoofdstukken 2:2-8
BasisBijbel
2Zonder medelijden verwoestte de Heer Israëls dorpen.Geen dorp liet Hij heel.In zijn woede heeft Hij alle steden vernield,tot de grond afgebroken.Het hele koninkrijk en alle leiders heeft Hij vernederd.
3In zijn woede heeft Hij alle macht van Israël gebroken.Toen de vijand kwam, weigerde Hij ons te helpen.Zijn woede was als een vuur dat alles verslindt.Heel Israël is erdoor verslonden.
4Hij richtte zijn pijlen op ons, als een vijand.Hij was onze tegenstander geworden.Alles waar wij van hielden, heeft Hij verwoest.Heel Jeruzalem is verwoest door het vuur van zijn woede.
5De Heer is onze vijand geworden.Hij heeft Israël verwoest,al zijn paleizen vernietigd, zijn burchten vernield.Iedereen in Jeruzalem huilt en kreunt.
6Hij heeft zijn tempel verwoest,weggerukt als een tent.De plaats waar Hij bij ons kwam, heeft Hij vernietigd.De feesten in Jeruzalem zijn vergeten.Niemand viert nog de heilige rustdag.De koning en de priesters zijn verdwenen.
7De Heer wil niets meer met zijn altaar te maken hebben.Hij heeft zijn heiligdom vernield.Hij heeft de vijand de paleizen laten verwoesten.Ze hebben in zijn tempel hun overwinning gevierd.
8De Heer had besloten Jeruzalem te vernietigen.De muren en torens werden verwoest.Hij hield de vijand niet tegen!Alle muren werden met de grond gelijk gemaakt.